De jongen die de man op de maan wilde zijn

Door: Oscar Keyser

Het jaar is 1967 en de lucht hangt vol met Vietnam, verandering, en een race tussen twee wereldmachten om zo snel mogelijk een man op de maan te zetten. Het is een tijd van van vrijheid en geen droom lijkt te onwerkelijk om te realiseren. Maar onder deze sluier van peace and love schuilt een donkerdere werkelijkheid. Het is een wereld van kindermishandeling en vernedering. Dit is de realiteit van het Deense Gudbjerg weeshuis voor moeilijk opvoedbare jongens.

The Day Will Come (2016) van Deense filmmaker Jesper Nielsen is gebaseerd op de waar gebeurde verhalen van jongens die opgroeide in het weeshuis Godhavn, waar het fictieve Gudbjerg op geïnspireerd is. De film heeft als doel om de gruwelen die daar plaats hebben gevonden aan het licht te brengen. Nielsen doet dit door zijn verhaal te focussen op twee broertjes Elmer (Harald Kaiser Hermann) en Erik (Albert Rudbeck Lindhardt), die in deze wereld worden geworpen als hun moeder ernstig ziek wordt en niet meer voor ze kan zorgen. Vader is al lang uit hun leven. En hoe moeten twee kinderen met een geweldige fantasie overleven in een instelling die doelbewust jonge jongens stript van hun integriteit en verbeelding, om de weesjes te vermalen tot modelburgers zonder een greintje eigen identiteit?

Gudbjerg wordt geleid door directeur Frederik Heck (Lars Mikkelsen), een verdorven man en een sadist tot in het binnenste van de ziel. Hij behandeld de jongens als vuil en zijn manier van opvoeding bestaat slechts uit lijfstraffen uitdelen totdat het kind gehoorzaamt. In het weeshuis ontvangen de kinderen de laagst mogelijke vorm van scholing en hun doel is voornamelijk om lichamelijk werk verrichten. Creativiteit en dromen worden alles behalve beloond en iedereen die het waagt zich te misdragen wordt met harde hand gestraft.

Elmer, de jongste broer, is geobsedeerd met het idee van ruimtereizen. Als de directeur hem vraagt wat hij wil worden antwoordt hij vol overtuiging en met sporen van onschuld en hoop zoals alleen een kind dat kan hebben: ‘astronaut’. Meteen maken de directeur en alle aanwezige jongens hem belachelijk. Een moeilijke opvoedbare wees als Elmer kan toch geen astronaut worden. Toch klampt hij zich hoopvol vast aan zijn droom. Als de jongen ontdaan is van al zijn menselijkheid is dat alles wat hij van zichzelf over houdt: de droom. De droom als ontsnapping aan een gruwelijk bestaan, de droom als iets om naar te streven staat centraal in deze film. Zelfs als hij neergeslagen wordt als een ongehoorzame straathond en vernederd door zijn gehele omgeving blijft Elmer geloven in zijn dromen. Zijn oudere broer Erik heeft zijn dromen al lang opgegeven. Hij adviseert zijn jongere broertje hetzelfde te doen om te kunnen overleven. Hoewel de eigenwijze Elmer het advies van zijn broer niet altijd opvolgt blijft Erik hem steunen.

De band tussen de broers is in het bijzonder ontroerend door het sterke acteerwerk van de twee jonge kinderen. Vooral de jonge Harald Hermann, die de rol van Elmer vertolkt in zijn eerste speelfilm, presteert bijzonder goed. Zelfs als Hermann geen woord spreekt voel je de emoties die door Elmers hoofd vliegen. Ook Lars Mikkelsens uitvoering van directeur Heck is bloedstollend. Hij heeft zeer terecht de prestigieuze Deense filmprijs, de Robert Award, gekregen in de categorie beste mannelijke bijrol. En dat is niet de enige Robert die de film zich toe-eigent. The Day Will Come won in totaal zeven Roberts, waaronder die voor beste Deense film.

Nieuwsgierig geworden na het lezen van deze recensie? Bekijk hier de actuele filmtijden en tot snel!